Busvervoer voor onderwijs

Om 6.20 uur opgepikt en dan ruim twee uur naar school: “Eigenlijk is het niet menselijk wat we die kinderen aandoen”


02/09/2021 om 19:57 door Arthur De Meyer


Het is al decennialang een schandvlek op het Vlaamse onderwijs: schoolkinderen in het
buitengewoon onderwijs die urenlang in de bus moeten zitten, elke ochtend en elke avond
opnieuw. Na een zoveelste aanklacht in deze krant zeggen politici opnieuw dat het
“onaanvaardbaar” is en dat er “dringend een oplossing moet komen”. Maar wat betekent zo’n
ellenlange busrit voor de kinderen zelf? Wij stapten ’s ochtends in alle vroegte op de bus
samen met Arne (17). “Nu zijn ze nog fris, tegen oktober liggen ze hier allemaal te slapen.”


6.30 uur. In de bescheiden woonwijk in de Gentse rand brandt slechts in één huis licht. De oma van
Arne smeert boterhammen en schenkt wat koffie bij. Zijn boekentas staat klaar. Elke weekdag
ontfermen Arnes grootouders zich over hun kleinzoon. Zeventien jaar oud, maar verstandelijk is hij
amper vijf. Hij heeft fragile X-syndroom, ADHD en epilepsie.
Zijn grootouders geven hem te eten en helpen bij het aankleden. Niet per se omdat Arne daar graag
ontbijt. “Wij wonen amper drie kilometer verderop”, zegt zijn vader. “Maar dat is net buiten de zone
en dus komt de bus niet. Vorig jaar werd hij opgepikt om 7.30 uur, maar ze hebben de regeling
aangepast. Nu stoppen we hem vroeger in zijn bed met slaapmedicatie.”

6.43 uur. De bus claxonneert. Arne is de derde stop. Hij neemt plaats bij het raam en tuurt naar
buiten. De twee andere kinderen staren moe voor zich uit. “Het eerste kind pikken we op om 6.20
uur”, zegt begeleider Kathleen. “Dat is vroeg ja. Te vroeg: wettelijk mogen we kinderen niet vroeger
dan 7 uur oppikken.” De vierde stop is enkele blokjes om, maar daar geeft niemand thuis. De
chauffeur kan haar ergernis niet verbergen: de route die ze uitstippelde is noodgedwongen nipt.
Kathleen stapt uit en belt aan. Na wat aandringen komt een 12-jarige jongen richting bus gesloft.
“Autisme”, zegt de begeleidster. “Die houden niet van verandering. Vorig jaar pikten we hem pas na
8 uur op, hij zal het wel gewoon worden.” De chauffeur geeft gas. Ze heeft tijd in te halen.
“Michael Jackson om wakker te worden”


7.53 uur. Intussen zit er een tiental kinderen op de bus. Arne wiebelt met zijn knieën. Hij wordt
zichtbaar nerveuzer. Hij zit intussen al een uur op de bus en heeft zeker nog een uur te gaan.
Toppunt is: zo bekaaid komt Arne er nog niet vanaf. In Buggenhout heeft De Lijn een nieuw
draaiboek voorgesteld. Daarbij zou een 4-jarige kleuter om 5.56 uur opgehaald worden.
Niet verwonderlijk dat sommige kinderen de bus opgaan met luiers. Tijd voor plaspauzes is er niet.
“Hoe zwaarder de handicap, hoe zwaarder de rit”, zegt Kathleen. “We proberen daar rekening mee
te houden als we de schema’s opstellen. Hoe zwaarder de beperking, hoe later. Maar vaak kunnen
we daar geen rekening mee houden. (zwijgt even) Wat we die kinderen aandoen, is eigenlijk niet
menselijk.” Even moet Kathleen een brandje blussen. Wout is al ruim een uur geïrriteerd dat hij niet
op zijn vaste plek kon zitten.


Andere kinderen staren voor zich uit, spelen een spelletje op hun smartphone of luisteren naar
muziek. “Michael Jackson is mijn favoriete artiest”, zegt Joris. “Ik speel zijn liedjes extra luid om
wakker te worden. Straks is het turnles.” Achteraan keuvelen Naiya en Michel over kalverliefde. “Heb
je al veel berichtjes gekregen?” Anderen slapen wat bij. “Het is nog maar het begin van het
schooljaar, nu zijn ze nog fris”, zegt Kathleen. “Tegen oktober liggen ze hier allemaal te slapen. En
als we ze ’s namiddags naar huis brengen ook.”
Intussen staart Arne niet langer uit het raam, maar wipt hij zenuwachtig op zijn stoel. Niet veel later
steken ook zijn tics de kop op.


“Hebben we iedereen mee?”


8.17 uur. De bus dendert voort richting een parking bij de Blaarmeersen. De verzamelplaats voor de
‘thuisritten’, de bussen die leerlingen oppikken per zone of dorp. Vervolgens moeten de leerlingen
overstappen op ‘schoolritten’ naar de campus waar ze verwacht worden. Die staan pas gepland om
8.40 uur. In tussentijd moeten de kinderen blijven zitten. En wachten. Enkelen die écht dringend naar
het toilet moeten, gaan onder begeleiding naar de nabijgelegen sporthal. “Hou hem goed in de
gaten, ’t is een lopertje”, zegt Sandra. Zij overziet alle lijsten en checkt of iedereen opgepikt werd. Ze
geeft toe dat het een soep is. “De lijsten kloppen maar half, dubbele of ontbrekende namen bij de
vleet. En dat elke dag opnieuw.” Eenmaal alles afgeklopt, blaast ze op een fluitje. Het signaal dat de
kinderen mogen overstappen. De begeleiders houden de mierenhoop angstvallig in de gaten voor
‘lopertjes’. Arne rent met gebogen hoofd naar een tweede bus voor het laatste deel van de tocht.
9.11 uur. Arne is eindelijk op school in Drongen. Ruim tweeënhalf uur nadat hij thuis vertrok. “Een rit
van ongeveer 59 kilometer”, zegt Kathleen. Een ‘normale’ rit tussen het huis van zijn grootouders en
de school – 21 kilometer ver – zou amper een halfuurtje duren. De lessen zijn al gestart om 8.50 uur.
“Twintig minuten te laat”, zegt de chauffeur. “Dat valt nog mee.”
Om privacyredenen kregen de kinderen in dit artikel een andere naam. De ouders van Arne gaven
toestemming om hem herkenbaar in beeld te brengen.